Welke verzekeringstussenpersonen moeten theoretische kennis van de antiwitwaswetgeving bewijzen en hoe?

Wie? De theoretische kennis van de antiwitwaswetgeving moet bewezen worden door:
 
  1. De makelaars, de agenten, de subagenten, de nevenverzekeringstussenpersonen en de gevolmachtigde onderschrijvers die activiteiten van distributie uitoefenen in producten 'leven';
  2. De verantwoordelijken voor de distributie en de personen in contact met het publiek die in naam en voor rekening van een tussenpersoon bedoeld in a, activiteiten van distributie uitoefenen in producten 'leven'.

Hoe? Kennis van de antiwitwaswetgeving wordt bewezen met:

  • een masterdiploma of een daarmee gelijkgesteld diploma;
  • een bachelordiploma met minstens 11 studiepunten technische kennis inzake verzekeringen of een equivalent percentage van studiebelasting;
  • een attest van slagen in een test na het volgen van een door de FSMA erkende cursus vóór 1 januari 2015 over de antiwitwaswetgeving;
  • een attest van slagen in een door de FSMA erkend examen inzake de antiwitwaswetgeving.