Welke verplichtingen legt de antiwitwaswetgeving op aan tussenpersonen?

De antiwitwaswetgeving legt verschillende verplichtingen op aan de tussenpersonen, zoals het identificeren van cliënten, het controleren van hun identiteit, bijzondere waakzaamheid vóór en na het afsluiten van een overeenkomst, en het actief samenwerken met de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI).

Wanneer de tussenpersoon weet of vermoedt dat een uit te voeren verrichting verband houdt met het witwassen van geld of de financiering van terrorisme, moet hij de CFI hierover onmiddellijk verwittigen per fax, per e-mail of per brief. Op de website van de CFI bevindt zich een modeldocument (www.ctif-cfi.be).

Daarnaast legt de wet enkele specifieke vereisten op inzake beroepskennis en de interne organisatie van de tussenpersoon. De tussenpersoon moet bijvoorbeeld interne procedures opstellen, een persoon aanduiden die binnen de tussenpersoon verantwoordelijk is voor de coördinatie van de doorlopende naleving van de antiwitwaswetgeving, en instaan voor de regelmatige sensibilisering van het personeel van de tussenpersoon.

Tussenpersonen die zich niet aan de regelgeving houden, kunnen een administratieve geldboete krijgen van 250 euro tot 1.250.000 euro. Bovendien stellen ze zich bloot aan strafrechtelijke vervolgingen.