Welke organisatorische maatregelen moet een vergunde onderneming of tussenpersoon nemen die samenwerkt met klantenaanbrengers?

Vergunde ondernemingen en tussenpersonen die een beroep doen op klantenaanbrengers moeten passende organisatorische maatregelen nemen om erop toe te zien dat deze klantenaanbrengers geen bemiddelingsactiviteiten uitvoeren.

Zij moeten duidelijke en geschreven instructies opstellen voor hun klantenaanbrengers over de activiteiten die ze mogen uitoefenen en de activiteiten die niet toegelaten zijn. Zij moeten via geregelde controles toezien op de naleving van deze instructies door de klantenaanbrengers en zo nodig passende maatregelen nemen. De passende organisatorische maatregelen die de vergunde onderneming of tussenpersoon moet nemen, moeten ervoor zorgen dat klantenaanbrengers niet in een positie gebracht worden waardoor zij door de klanten aangesproken worden om verdere uitleg te geven bij de documentatie die zij van de vergunde onderneming of tussenpersoon ontvangen.

De klantenaanbrenger mag door de betrokken tussenpersoon of vergunde onderneming eenmalig worden vergoed voor het aanbrengen van de klant.  De uitbetaling van de vergoeding mag over een maximumperiode van drie jaar gespreid worden in de tijd, maar de omvang van de vergoeding mag niet in functie staan van het aantal diensten dat de consument bij die tussenpersoon of vergunde onderneming afneemt. Ze mag evenmin afhankelijk zijn van de duurtijd van de relatie tussen de consument en de betrokken tussenpersoon of vergunde onderneming.

Tenzij de klantenaanbreng een eenmalig of occasioneel karakter heeft moeten de wederzijdse rechten en plichten van de klantenaanbrenger en de vergunde onderneming of tussenpersoon vastgelegd worden in een schriftelijke overeenkomst.