Welke bijscholingsverplichtingen gelden voor de personen in contact met het publiek in bemiddeling?

Personen in contact met het publiek moeten geen bijscholingspunten verzamelen.

De tussenpersonen en vergunde ondernemingen zijn verantwoordelijk voor de geregelde bijscholing van de personen in contact met het publiek die voor hen werken. Zij moeten de bewijzen van deze bijscholing in het dossier van de betrokken persoon bewaren en ter beschikking houden van de FSMA.

Nieuw regime vanaf 1 januari 2020 voor de (her)verzekeringstussenpersonen en de nevenverzekeringstussenpersonen:

Voor wat betreft de bijscholing van de personen in contact met het publiek, blijft het principe behouden dat de werkgever verantwoordelijk is voor het uitwerken en uitvoeren van een (jaarlijks en geactualiseerd) opleidingsplan dat tot doel heeft de kennis van deze personen actueel te houden.

De nevenverzekeringstussenpersonen staan ervoor in dat hun personen in contact met het publiek, jaarlijks minimum 3 uur bijscholing genieten die erop gericht is om hun beroepskennis en vakbekwaamheid actueel en op peil te houden.

Zij moeten de bewijzen van deze bijscholing in het dossier van de betrokken persoon bewaren en ter beschikking houden van de FSMA.

Let op: De verplichting tot bijscholing vangt aan op 1 januari van het kalenderjaar volgend op de aanstelling van de betrokken persoon in één van bovengenoemde functies. In afwijking hiervan vangt de verplichting tot bijscholing van personen die vóór 1 januari 2019 in het register van verzekerings- en nevenverzekeringstussenpersonen of in het register van de herverzekeringstussenpersonen zijn ingeschreven of die vóór 1 januari 2019 zijn aangesteld in één van bovengenoemde functies, op 1 januari 2020 aan.