Wat is "passende deskundigheid"?

Voor bepaalde statuten moet de FSMA nagaan of de relevante personen voldoen aan de vereiste van "passende deskundigheid".

Concreet gaat de FSMA na of elke kandidaat-leider over de passende deskundigheid beschikt door de analyse van zijn ervaring, die moet blijken uit de vragenlijst die elke kandidaat-leider moet invullen. De FSMA kan ook rekening houden met elke andere relevante informatie waarover zij beschikt. Zij kan ook steeds bijkomende vragen stellen. Tenslotte kan de FSMA als zij dit nuttig acht, de kandidaat-leider uitnodigen voor een gesprek.

  1. Verzekerings-, nevenverzekerings- en herverzekeringstussenpersonen
  2. De personen die bij een verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekeringstussenpersoon zijn aangeduid als verantwoordelijke voor de distributie, als effectief leider die de facto over de verantwoordelijkheid hebben over de werkzaamheid van (her)verzekeringsdistributie, alsook de personen in contact met het publiek, moeten permanent beschikken over de passende deskundigheid die nodig is voor de uitoefening van deze functies.

    De FSMA beoordeelt de passende deskundigheid van deze personen onder meer aan de hand van hun antwoorden op een vragenlijst.

  3. Kredietgevers
  4. De leiding van een kredietgever moet permanent beschikken over de passende deskundigheid die nodig is voor de uitoefening van haar functie.

    Elke kandidaat-leider moet de noodzakelijke kennis en ervaring hebben van het beheer van ondernemingen en van de activiteiten die een kredietgever uitoefent. Daarbij gaat bijzondere aandacht naar de concrete activiteiten van de kredietgever bij wie de kandidaat-leider zal worden aangesteld en naar de materies die onder de directe verantwoordelijkheid van de kandidaat-leider vallen. Als de kredietgever de activiteit van kredietbemiddeling uitoefent, moet de kandidaat-leider ook op dit vlak een passende deskundigheid bezitten.

    De leiding in haar geheel en elke leider voor wat de materies betreft die onder zijn rechtstreekse verantwoordelijkheid vallen, moeten onafhankelijk de verantwoordelijkheden kunnen dragen die op hun schouders rusten, rekening houdend met het statuut en de concrete activiteiten van de kredietgever. Dit houdt o.a. in dat zij een correct beeld moeten hebben van de wetgeving over de kredietreglementering en dat ze deze spontaan moet kunnen vertalen naar de organisatie van de kredietgever.