Wat hield het overgangsregime van de wet op de kredietbemiddeling in voor de personen in contact met het publiek?

Tot 30 april 2017 konden bepaalde personen die vóór die datum actief waren in kredietbemiddeling zich beroepen op het wettelijke overgangsregime. Met ingang van 1 mei 2017 kan hierop geen beroep meer worden gedaan.

Een persoon die als PCP was aangesteld bij een kredietbemiddelaar op het ogenblik van de inschrijving in de registers van kredietbemiddelaars én terecht in aanmerking kwam voor de overgangsmaatregelen, blijft hij er ook nadien de voordelen van genieten: zij kunnen in de toekomst actief blijven als PCP in kredietbemiddeling zonder opnieuw hun beroepskennis te moeten bewijzen. Hun werkgever moet de bewijzen hiervan ter beschikking houden van de FSMA.

Het gaat om de volgende personen in contact met het publiek:

  • zij die voor 1 januari 2015 aangesteld werden als PCP met volledige kennis bij een gereglementeerde onderneming of bij een tussenpersoon in bank- en beleggingsdiensten. Zij moeten enkel het bewijs kunnen leveren dat ze als PCP waren aangesteld (ook als dit op het moment van de aanvraag niet langer het geval was). Ze moeten geen bewijs leveren dat ze geslaagd zijn in een examen.
  • zij die voor 1 november 2015 actief waren in kredietbemiddeling en voor 1 november 2015 een objectief en meetbaar individueel examen hebben afgelegd dat volgde op een gespecialiseerde opleiding inzake krediet en waarvan de FSMA heeft aanvaard dat de inhoud voldoet aan de wettelijke vereisten. De werkgever mag dit attest als bewijs van beroepskennis ter beschikking van de FSMA houden.