Mag een tussenpersoon in bank- en beleggingsdiensten een mandaat of volmacht hebben op de rekeningen van zijn cliënten ?

Een tussenpersoon in bank- en beleggingsdiensten mag geen mandaat of volmacht hebben op een rekening van zijn cliënten, tenzij van inwonende gezinsleden en van handelsvennootschappen waarvan hij effectief leider is, noch zelf financiële instrumenten of rekeningboekjes van cliënten bijhouden of in open bewaargeving houden.

1. Voor wie geldt deze verbodsbepaling ?

Deze verbodsbepaling geldt zowel voor natuurlijke als rechtspersonen, alsook voor alle personen die in hun naam en voor hun rekening optreden in het kader van hun activiteit van bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten.

Daarom mogen noch de effectieve leiders, noch de personeelsleden van de tussenpersoon die in contact staan met het publiek, een mandaat of volmacht hebben in de zin van voornoemde bepalingen.

2. Wat moet onder "cliënt" worden verstaan in de zin van de verbodsbepaling ?

De door de wet beoogde cliënten zijn de cliënten van het agentschap van de tussenpersoon. De tussenpersoon mag met andere woorden een mandaat of volmacht hebben op de rekeningen van een cliënt van een ander agentschap of van de hoofdzetel van dezelfde vergunde onderneming. Daaraan is echter de voorwaarde gekoppeld dat die vergunde onderneming zo moet zijn georganiseerd dat de tussenpersoon, in het kader van zijn functies, geen verrichtingen kan uitvoeren op de rekeningen van de cliënten van een ander agentschap of van de hoofdzetel.

3. Op welke verrichtingen is de verbodsbepaling van toepassing ?

Het verbod betreft de mandaten en de volmachten op de rekeningen van de cliënten, alsook het bijhouden en in open bewaargeving houden van financiële instrumenten of rekeningboekjes van cliënten.

De FSMA beveelt bovendien aan dat de tussenpersonen evenmin een mandaat of volmacht zouden hebben op de safes van de cliënten van hun agentschap.        

4. Is de verbodsbepaling van toepassing op de rekeningen van een door een tussenpersoon gecontroleerde en geleide vennootschap ?

De verbodsbepaling is van toepassing op de wettelijke mandaten, de statutaire mandaten en de conventionele volmachten, tenzij de tussenpersoon effectief leider is van de handelsvennootschap. In dat geval mag hij mandaten hebben op de rekeningen van de vennootschap.

5. Welke mandaten of volmachten vallen niet onder de verbodsbepaling ?

De mandaten en volmachten op de rekeningen van de inwonende gezinsleden van de tussenpersoon vallen niet onder de verbodsbepaling.

Het begrip "inwonend gezinslid van de tussenpersoon" verwijst naar de natuurlijke personen die, in het bevolkingsregister, op hetzelfde adres zijn ingeschreven als de tussenpersoon.

De mandaten en volmachten op de rekeningen van handelsvennootschappen waarvan de tussenpersoon effectief leider is, vallen evenmin onder de verbodsbepaling.

6. Mag een tussenpersoon aan PC banking doen ?

Zoals vermeld in punt 2 mag de tussenpersoon een mandaat of volmacht hebben op de rekeningen van een cliënt van de hoofdzetel van de vergunde onderneming, op voorwaarde dat die vergunde onderneming zo is georganiseerd dat de tussenpersoon, in het kader van zijn functies, geen verrichtingen kan uitvoeren op die rekeningen.

Gelet op de manier waarop vergunde ondernemingen PC banking doorgaans organiseren, kunnen zij dus toestaan dat hun onafhankelijke bankagenten die daartoe een mandaat van een cliënt hebben, via PC banking verrichtingen uitvoeren die zij in hun eigen agentschap niet zouden mogen uitvoeren.