Hoeveel kost een inschrijving als tussenpersoon?

Algemeen

Met een inschrijving bij de FSMA als tussenpersoon gaan twee types kosten gepaard:

  • een eenmalige bijdrage voor het onderzoek van de aanvraag
  • een jaarlijkse bijdrage in de werkingskosten van de FSMA.

De omvang en de evolutie van de werkingskosten alsook de bepaling en de opvraging van de bijdragen gebeuren binnen de grenzen en volgens de nadere regels vastgelegd in het KB van 17 mei 2012 betreffende de vergoeding van de werkingskosten van de FSMA (het "KB Werkingskosten").

De bijdragen bij een collectieve inschrijving verschillen van deze bij een individuele inschrijving. 

De betaling van de bijdragen in de werkingskosten van de FSMA vormt een inschrijvingsvoorwaarde waaraan de tussenpersoon moet voldoen om zijn inschrijving te bekomen en om deze te behouden.

 

Eenmalige inschrijvingskost

Individuele inschrijvingen

Voor het onderzoek van uw aanvraag tot inschrijving betaalt u een eenmalige bijdrage. Het bedrag ervan is bij koninklijk besluit bepaald en wordt jaarlijks aangepast naar verhouding van de evolutie van de werkingskosten van de FSMA. Vanaf 1 januari 2017 bedraagt ze 652 EUR.

Dit bedrag is ook verschuldigd wanneer uw aanvraag door de FSMA geweigerd wordt of wanneer u uw aanvraag tot inschrijving intrekt.

Aan het einde van uw aanvraag tot inschrijving via het online platform van de FSMA zal u gevraagd worden om deze kost te betalen via debet- of creditkaart.

De kost voor het onderzoek van de aanvraag is verschuldigd per inschrijving. Als u in verschillende registers wil ingeschreven worden, moet u telkens de eenmalige bijdrage betalen.

Collectieve inschrijvingen

Bij een collectieve inschrijving is geen kost voor het onderzoek van de aanvraag verschuldigd.

 

Jaarlijkse vergoeding tot dekking van de toezichtskosten

Individuele inschrijvingen

Elke sector die onder toezicht staat van de FSMA draagt een percentage van de totale te financieren werkingskosten van de FSMA.  

Dit bedrag wordt omgeslagen over de in de sector ingeschreven, geregistreerde of vergunde personen.

De tussenpersonen betalen een jaarlijkse bijdrage die bestaat uit:

  • een basisbedrag dat door elke tussenpersoon verschuldigd is;
  • een bijkomend bedrag van 20% van het basisbedrag dat verschuldigd is:
    • voor kredietbemiddelaars en (her)verzekeringstussenpersonen : per verantwoordelijke voor de distributie ("VVD");
    • voor bemiddelaars in bank- en beleggingsdiensten : per effectieve leider;
  • een bijkomend bedrag van 15% van het  basisbedrag dat verschuldigd is per persoon in contact met het publiek ("PCP");
  • een bijdrage in de algemene werkingskosten van de FSMA.

Het bedrag van de jaarlijkse bijdrage voor het boekjaar wordt berekend op basis van de toestand op 1 januari van dat boekjaar. De tussenpersoon krijgt hiervoor een factuur toegestuurd. De eerste bijdrage is dus in principe verschuldigd voor het boekjaar volgend op de inschrijving van de tussenpersoon. Voor kredietbemiddelaars zal deze bijdrage echter voor het eerst aangerekend worden op basis van de toestand op 1 januari 2018

Er is geen proportionele berekening wanneer een tussenpersoon bijvoorbeeld in maart van het boekjaar aan zijn inschrijving verzaakt. 

De jaarlijkse vergoeding is verschuldigd per inschrijving. Als u voor meerdere bemiddelingsactiviteiten ingeschreven bent, moet u meerdere jaarlijkse vergoedingen betalen.

De tussenpersoon is zelf verantwoordelijk voor het doorgeven van het juiste aantal VVD en PCP.

Jaarlijkse bijdrage aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking ("CFI")

De tussenpersonen die onderworpen zijn aan de reglementering betreffende antiwitwas zijn jaarlijks een bijdrage verschuldigd aan de CFI. De FSMA int deze bijdrage op hetzelfde moment als de jaarlijkse bijdrage in de werkingskosten van de FSMA en stort ze door aan de CFI.

Deze kosten zijn bepaald in het koninklijk besluit van 11 juni 1993 inzake de samenstelling, de organisatie, de werking en de onafhankelijkheid van de CFI.

Collectieve inschrijvingen

In geval van collectieve inschrijving is de maximale som van de jaarlijkse bijdragen van de tussenpersonen voor wie de centrale instelling een aanvraag tot collectieve inschrijving heeft ingediend, bij koninklijk besluit bepaald. Ze wordt jaarlijks aangepast naar verhouding van de evolutie van de werkingskosten van de FSMA. Vanaf 1 januari 2017 bedraagt ze maximaal 195.656 EUR per bemiddelingsactiviteit.