Aan welke voorwaarden moet een kredietgever die overnemer is van schuldvorderingen uit een hypothecair krediet met een onroerende bestemming, voldoen om een vergunning te verkrijgen?

nieuw

Aan welke voorwaarden moet een kredietgever die overnemer is van schuldvorderingen uit een hypothecair krediet met een onroerende bestemming, voldoen om een vergunning te verkrijgen?

  1. De overnemer is een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een beleggingsonderneming uit de EER of een EER-IBP (Instelling voor bedrijfspensioenvoorziening).

Algemene regels

De organisatie van de kredietgevers moet hen in staat stellen om aan alle wettelijke en reglementaire verplichtingen te voldoen die overeenkomstig boek VII en zijn uitvoeringsbesluiten op hen van toepassing zijn.

  • Hun hoofdbestuur moet in België gevestigd zijn.
  • Zij moeten een toegelaten rechtsvorm hebben[1].

Zij moeten de volgende documenten en gegevens aan de FSMA bezorgen:

  • hun organigram;
  • een toelichting over hun nauwe banden met andere personen;
  • een toelichting over de aard en omvang van hun verrichtingen in verband met hypothecair krediet en/of consumentenkrediet, en over hun organisatie;
  • een toelichting over de manier waarop ze de gegevens in verband met hun activiteit als kredietgever bewaren;
  • een toelichting waaruit blijkt dat hun boekhouding aan de wettelijke vereisten voldoet;
  • hun professioneel e-mailadres;
  • als de aanvraag wordt ingediend door iemand die hiervoor een volmacht heeft gekregen, deze volmacht.

Bijkomende voorwaarde enkel voor EER-IBP's :

  • EER-IBP's genieten van dezelfde vrijstellingen van de vergunningsvoorwaarden als de overnemers die kredietinstelling, verzekeringsonderneming of beleggingsonderneming uit de EER zijn, op voorwaarde dat zij zijn ingeschreven op de lijst, bedoeld in artikel 59 of 143 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening.

 

  1. De overnemer is een mobiliseringsinstelling of een EER-AICB (alternatieve instelling voor collectieve belegging)

Leiding

De leiding van een kredietgever bestaat uitsluitend uit natuurlijke personen. De effectieve leiding bestaat uit ten minste 2 personen.

Kredietgevers moeten over al hun leiders volgende documenten en gegevens aan de FSMA bezorgen:

Aandeelhouders

De aandeelhouder van een kredietgever kan zowel een natuurlijke persoon als een rechtspersoon zijn.

Bij het indienen van de vergunningsaanvraag, moet de kredietgever de FSMA op de hoogte brengen van de identiteit van de personen die een deelneming van minstens 20% in het kapitaal bezitten of die de kredietgever controleren. Uit deze kennisgeving moet blijken hoe groot het aandeel is van elk van deze personen en hoeveel stemrecht zij bezitten.

De FSMA zal de geschiktheid van deze aandeelhouders onderzoeken, met het oog op een gezond en voorzichtig beleid van de kredietgever. Oordeelt de FSMA dat zij onvoldoende geschikt zijn, dan weigert zij de vergunning als kredietgever.

Wie zich voorneemt om een deelneming in het kapitaal te verwerven bij een vergunde kredietgever waardoor de drempel van 20%, 30% of 50% van de aandelen of de stemrechten wordt bereikt of overschreden, moet de FSMA hierover op voorhand informeren.

Ook hier zal de FSMA onderzoeken of deze persoon over de nodige kwaliteiten beschikt. Zij zal alle noodzakelijke inlichtingen kunnen vragen, met het oog op een gezond en voorzichtig beleid van de kredietgever. Oordeelt zij dat de aandeelhouder onvoldoende geschikt is, dan kan zij zich tegen de voorgenomen verwerving verzetten.

Organisatie

Algemene regels

De organisatie van de kredietgevers moet hen in staat stellen om aan alle wettelijke en reglementaire verplichtingen te voldoen die overeenkomstig boek VII en zijn uitvoeringsbesluiten op hen van toepassing zijn.

  • Hun hoofdbestuur moet in België gevestigd zijn.
  • Zij moeten een toegelaten rechtsvorm hebben.[2]

Zij moeten de volgende documenten en gegevens aan de FSMA bezorgen:

  • het antwoord op de vraag of ze een onderneming zijn zoals bedoeld in art. VII.163, § 2 van het wetboek;
  • hun organigram;
  • een toelichting over hun nauwe banden met andere personen;
  • een toelichting over de aard en omvang van hun verrichtingen in verband met hypothecair krediet en/of consumentenkrediet, en over hun organisatie;
  • een toelichting over de manier waarop ze de gegevens in verband met hun activiteit als kredietgever bewaren;
  • een toelichting waaruit blijkt dat hun boekhouding aan de wettelijke vereisten voldoet;
  • hun professioneel e-mailadres;
  • als de aanvraag wordt ingediend door iemand die hiervoor een volmacht heeft gekregen, deze volmacht.

Organisatie inzake de strijd tegen het witwassen

Kredietgevers die niet onder prudentieel toezicht van de Nationale Bank van België staan, moeten binnen hun entiteit een witwasverantwoordelijke aanstellen, die jaarlijks verslag moet uitbrengen.

De verantwoordelijken voor de distributie en de personen in contact met het publiek van de kredietgevers moeten ook kennis hebben van de witwaswetgeving, vermits dit deel uitmaakt van de vereiste beroepskennis.

  1. Specifieke regels van toepassing op alle in punt 1 en 2 vermelde overnemers

Deze kredietgevers die overnemer zijn van een portefeuille schuldvorderingen uit hypothecair krediet met onroerende bestemming, zijn vrijgesteld van de verplichting om toe te treden tot de buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen mits de volgende voorwaarden zijn vervuld:

  • de kredietgever die de portefeuille kredietovereenkomsten heeft overgedragen is wél toegetreden tot de buitengerechtelijke geschillenregeling;
  • én de consument (kredietnemer) is niet in kennis gesteld van de overdracht of deze overdracht is niet door hem erkend.

Deze kredietgevers mogen de activiteit van kredietbemiddeling niet uitoefenen, tenzij zij over een inschrijving in het register van kredietbemiddelaars beschikken.

 

[1] Deze voorwaarde geldt niet voor EER-IBP's

[2] Deze kredietgevers mogen ook opgericht zijn in de vorm van een beleggingsfonds.